Spring naar content
Complete description of the selected organ
Source: Fotokaart Klaus Becker.

Source: Fotokaart Klaus Becker

Groß Grönau, Deutschland (Schleswig-Holstein) - Sankt Willehadkirche
Address: Berliner Straße 2, 23627, Groß Grönau
Website: http://www.kirche-gross-groenau.de/

Description nr.: 2013368.

Built by: Klaus Becker (1968)
The organ contains older material: Organ case from 1689 by Builder unknown

YearBuilderOpusActivity
1689 Builder unknown  new organ
1844 Theodor Vogt  maintenance/reparations
1913 Karl Kemper  new organ in old case
1968 Klaus Becker  new organ in old case

In 1806 werd in Groß Grönau een tweedehands orgel in de kerk geplaatst, afkomstig van de Klosterkirche Sankt Johannis te Lübeck. Dit orgel was gebouwd in 1689, maar het is niet bekend door wie. Het had 27 stemmen, verdeeld over drie manualen en aangehangen pedaal. Bij de plaatsing in Groß Grönau waren nog maar zestien stemmen aanwezig. Het orgel werd in 1844 door Theodor Vogt gereviseerd. In 1913 is het binnenwerk vervangen door een pneumatisch orgel van Karl Kemper. In 1968 bouwde Klaus Becker het huidige orgel in de oude kassen. Er is plaats gereserveerd voor een Brustwerk.

Short list of all locations the organ has been
1689Lübeck, DuitslandKlosterkirche Sankt Johannis
1806Groß Grönau, DuitslandEvangelische Kirche

Technical data
Number of stops per division
- Hauptwerk7
- Rückpositiv7
- Pedal4
Total number of stops18
Key actionMechanical
Stop actionMechanical
Windchest(s)Slider chests

Specification
Hauptwerk (C-f'''): Prinzipal 8', Rohrflöte 8', Oktave 4', Nasat 2 2/3', Oktave 2', Mixtur 6 fach (1 1/3'), Trompete 8'.
Rückpositiv (C-f'''): Gedackt 8', Salicional 8', Prinzipal 4', Rohrflöte 4', Blockflöte 2', Sesquialter 2 fach, Scharff 3 fach (1'), Tremulant.
Pedal (C-d'): Subbaß 16', Prinzipal 8', Choralbaß 4', Hintersatz 3 fach.
Couplers: Hauptwerk - Rückpositiv, Pedal - Hauptwerk, Pedal - Rückpositiv.

Other specifications
Different specifications
  • Volgens de 'Orgeldispositionen' van Paul Smets luidde de oorspronkelijke dispositie:
    Hauptwerk (met contra-octaaf): Untersatz 16', Prästant 8', Bauernflöte 8', Nachthorn 8', Oktav 4', Scharf 3 fach, Mixtur 8 fach, Trompete 16'.
    Oberwerk: Hohlflöte 8', Gemshorn 8', Prästant 4', Flöte 4', Nasat 3', Superoktav 2', Zimbel 2 fach, Trompete 8'.
    Rückpositiv (bespeelt vanaf klavier Oberwerk): Quintadena 8', Prästant 4', Hohlflöte 4', Koppeltone 4', Sifflet 1', Rauschpfeife 3 fach, Mixtur 6 fach, Baarpfeife 8', Regal 8', Schalmei 4'.
    Pedal: Aangehangen aan Hauptwerk.

  • De dispositie luidde in 1844 (volgens aantekeningen van Th. Vogt):
    Hauptwerk: Prinzipal 8', Gedeckt 8', Oktave 4', Quinte 4', Oktave 2', Flöte 2', Mixtur 4 fach, Trompete 8'.
    Oberwerk: Gedeckt 8', Oktave 2', Sesquialter 2 fach, Oboe 4'.
    Pedal: Gedeckt 8', Oktave 4', Dulzian 16', Cornett 8'.
    Spielhilfen: Tremulant, Stern, Kalkantenglocke.

Literature
  • Die wunderbare Welt der Orgeln : Lübeck als Orgelstadt / Dietrich Wölfel. - Lübeck : Verlag Schmidt-Römhild, 1980.
  • Denkmalorgeln zwischen Nord- und Ostsee / Günter Seggermann, Wolfgang Weidenbach. - Kassel : Merseburger Verlag, 1992. - (Veröffentlichung der Gesellschaft der Orgelfreunde ; 127).